Waarom we de kinderen en moeders moeten terughalen

Eigenlijk hoeft dat geen betoog. Terughalen van de kinderen is een zaak van elementaire menselijkheid. We kunnen als beschaafd land geen onschuldige kinderen laten creperen omdat hun ouders iets verkeerds gedaan hebben. Dat snapt ieder redelijk mens.

De kinderen zitten nu al drie jaar in kampen zonder voldoende voedsel, schoon water, gezondheidszorg en onderwijs. Drie jaar is een lange tijd in een kinderleven. De kinderen hebben door hun verblijf in de kampen intussen al zware lichamelijke en psychische trauma’s opgelopen.

Samen met de kinderen moeten vanzelfsprekend ook de moeders teruggehaald worden. Dat is ook een eis van de Koerden. Wanneer de kinderen gescheiden worden van de moeders, zullen hun trauma’s nog groter worden. De moeders moeten de kans krijgen zich in Nederland te verdedigen in een eerlijk proces. Dat is het principe van een rechtsstaat.

Vroeg of laat zal Nederland toch gedwongen worden zijn vrouwen en kinderen terug te nemen. De Koerden zijn niet van plan de vrouwen en kinderen voor altijd in de kampen opgesloten te houden. Hoe langer we het terughalen uitstellen, hoe meer schade de kinderen oplopen, en hoe moeilijker het zal worden om hen perspectief te geven op een normaal leven in onze maatschappij.

Al sinds begin 2018 staat de Raad voor de Kinderbescherming klaar om de kinderen op te vangen bij hun terugkeer in Nederland (NRC 20 februari 2018). Door politieke onwil is er echter nog steeds niets gekomen van het ophalen van de kinderen. De rechtse partijen in Nederland, inclusief het CDA, blokkeren het terughalen met het argument dat de vrouwen in de regio berecht worden in plaats van in Nederland. Ook hameren zij op de veiligheidsrisico’s van het terughalen van de vrouwen en kinderen.

Tijdens een hoorzitting op 16 juni 2021 van de Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid verklaarden topambtenaren van het OM, de AIVD, NCTV en het Ministerie van BuZa dat Nederland alle mogelijkheden tot berechting in de regio heeft onderzocht, maar dat al deze pogingen op niets zijn uitgelopen. Er is volgens de diensten geen alternatief voor berechting in Nederland.  De plm. 25 vrouwen die nu nog in Syrië verblijven, vormen slechts een beperkt veiligheidsrisico vergeleken met de 5-600 personen met jihadistisch gedachtengoed die al in Nederland rondlopen. De kinderen vormen nu nog geen bedreiging, maar een langer verblijf in de kampen kan tot radicalisering leiden. De bewijzen voor de eventuele misdaden van de moeders zijn intussen door de MIVD en AIVD in Syrië verzameld en liggen klaar om gebruikt te worden bij rechtszittingen in Nederland. Er zijn al een aantal rechtszaken met succes gevoerd op basis van het materiaal verzameld in Syrië. Nederland werkt nauw samen met andere Schengen landen in de CORE 7 groep. Alle andere Europese landen (Zweden, Engeland, Finland, Italië, Noorwegen, Oostenrijk, België, Duitsland, Frankrijk en Denemarken) zijn intussen begonnen met terughalen van hun kinderen; in de meeste gevallen samen met de moeders. Nederland is het enige land dat nog achterblijft.